David Kato
hij/hem1964 – 2011
Als ‘vader van de lhbtq+-beweging’ in Oeganda, zette David Kato zich onuitputtelijk in voor de rechten en bescherming van seksuele minderheden in zijn land. Dit ondanks het geweld tegen de gemeenschap en de persoonlijke risico’s, totdat het ook zijn leven kostte.

= 768) $dispatch('lightbox-open', { src: 'https://walkofpride.amsterdam/wp-content/uploads/2025/10/V63400_1.jpg', alt: 'V63400 1' })" />Fotocredits
“David Kato Kisule (c. 1964 – January 26, 2011), Oegandese leraar en lhbtq+-activst, die wordt gezien als de vader van de Oegandese lhbtq+-rechtenbeweging”
Jaartal: Onbekend
Collectie: Department of Politics and International Studies (POLIS), Cambridge University
Fotograaf: Onbekend
Als ‘vader van de lhbtq+-beweging’ in Oeganda, zette David Kato zich onuitputtelijk in voor de rechten en bescherming van seksuele minderheden in zijn land. Dit ondanks het geweld tegen de gemeenschap en de persoonlijke risico’s, totdat het ook zijn leven kostte.
Biografie
Auteur: Lena Kurzen
Trigger warning: Dit artikel bespreekt homofobisch geweld.
David Kato Kisule wordt in 1964 geboren in Nakawala, het voorouderlijke dorp van zijn familie, dicht bij Kampala, de hoofdstad van Oeganda. Hij heeft een tweelingbroer, John Wasswa Mulamba. De naam Kato, die David krijgt, betekent letterlijk: “de als tweede geborene van een tweeling”. Hij wordt streng religieus en conservatief opgevoed door zijn familie.
Onderwijs speelt een grote rol in Davids leven. Hij gaat naar het Kings College Budo, een vooraanstaande middelbare school. Daarna studeert hij aan de Kyambogo University, een van de grootste universiteiten van Oeganda.
Werk in het onderwijs en Zuid-Afrika
Na zijn studie werkt hij als leraar en later als docent aan scholen en andere onderwijsinstellingen.Een van zijn aanstellingen als docent is bij het Nile Vocational Institute in Njeru, zo’n zestig kilometer van zijn geboortedorp. Hier wordt David duidelijk dat hij op mannen valt. In 1991, wanneer hij 27 jaar oud is, wordt hij om die reden ontslagen als docent.
Een paar jaar later verhuist hij naar Johannesburg in Zuid-Afrika, waar hij zijn werk als docent kan voortzetten. In Zuid-Afrika maakt hij mee hoe het land zich in deze periode ontwikkelt van een samenleving die wordt gekenmerkt door apartheid naar een multiculturele democratie, waarin lhbtq+-rechten voor het eerst expliciet in de grondwet zijn verankerd. In deze periode durft hij hier uit de kast te komen als homoseksueel.
‘Uganda’s first openly gay man’
Geïnspireerd door de burgerrechtenbeweging in Zuid-Afrika keert hij in 1998, op 34-jarige leeftijd, terug naar Oeganda en neemt hij het activistische momentum met zich mee. Homoseksualiteit is in Oeganda illegaal en wordt bestraft met een gevangenisstraf van maximaal veertien jaar. Ondanks dit gevaar besluit hij na zijn terugkeer een persconferentie te organiseren.
Tijdens deze persconferentie komt hij ook in Oeganda openlijk uit de kast en pleit hij voor lhbtq+-rechten. Dit levert hem de bijnaam op: “Uganda’s first openly gay man”. Hij wordt gearresteerd en brengt Kerstmis in de cel door, voordat zijn tweelingbroer John zijn vrijlating op borgtocht regelt.
John probeert hem duidelijk te maken dat hij de enige zichtbare lhbtq+-activist in Oeganda is en dat niemand hem steunt. Verdere arrestaties en de voortdurende dreiging daarvan weerhouden David er echter niet van zich te blijven inzetten voor lhbtq+-rechten. Hij komt steeds meer in contact met andere lhbtq+-activisten in Oeganda, die er wel degelijk zijn en als ondergrondse beweging actief zijn. Ook onderhoudt hij nauwe banden met lhbtq+-activisten en -organisaties buiten Oeganda.
SMUG
In 2004 richt hij samen met andere activisten de organisatie SMUG (Sexual Minorities Uganda) op, waardoor zijn activisme steeds zichtbaarder wordt. De organisatie krijgt hierdoor een groter bereik en krijgt de moeilijke situatie van lhbtq+-personen in Oeganda meer internationale bekendheid. Tegelijkertijd lopen David en zijn medestanders hierdoor steeds meer gevaar in eigen land.
In documenten die in 2011 door WikiLeaks openbaar worden gemaakt, staat een verslag van een debat in Kampala waarin David aandacht vraagt voor de rechten van lhbtq+-personen in Oeganda. Daarbij wordt hij openlijk uitgelachen door vertegenwoordigers van de Oegandese mensenrechtencommissie die nota bene door de VN ondersteund werd. David en zijn collega’s van SMUG worden gewaarschuwd dat zij mogelijk direct na het debat gearresteerd zullen worden, waarop zij voortijdig vertrekken om dit te voorkomen.
In 2010 legt David zijn werk als docent neer om zich volledig te richten op SMUG en zijn strijd tegen de voorgestelde Anti-Homosexuality Bill. Hij zet alles op alles om te voorkomen dat de situatie voor lhbtq+-personen in Oeganda verder verslechtert.
Deze wet, die in die periode in verschillende vormen wordt voorgesteld, krijgt internationaal veel kritiek. Critici wijzen erop dat lhbtq+-personen onder bepaalde omstandigheden zelfs met de doodstraf geconfronteerd kunnen worden en dat de wet geweld en discriminatie tegen lhbtq+-personen zou aanmoedigen.
Fellowship aan de University of York
Mede om hem te beschermen tegen de gevaren die hij in Oeganda loopt, krijgt David in 2010 een fellowship aan de University of York in Engeland. Daar kan hij tijdelijk in een veiligere omgeving verblijven, zonder dagelijks voor zijn leven te hoeven vrezen.
De periode in York geeft hem de gelegenheid om te reflecteren op de strijd voor lhbtq+-rechten in Oeganda en na te denken over toekomstige strategieën. De academische omgeving en het contact met masterstudenten inspireren hem. Ook kan hij ervaringen uit de lhbtq+-emancipatie in andere landen betrekken bij zijn strategische overwegingen voor de strijd in Oeganda.
Vermoord in zijn eigen huis
In hetzelfde jaar publiceert een Oegandese tabloid een lijst met honderd mensen, inclusief foto’s en adressen, en roept op hen te executeren vanwege hun homoseksualiteit. David en andere leden van SMUG met wie hij nauw samenwerkt, staan eveneens op deze lijst. Zij spannen een rechtszaak aan tegen de krant en winnen deze uiteindelijk in januari 2011.
Desondanks wordt David op p 26 januari 2011 in zijn huis in Mukono, niet ver van zijn geboortedorp, aangevallen door een man die hem met een hamer op het hoofd slaat. De dader vlucht en David overlijdt enkele uren later onderweg naar het ziekenhuis.
Mensenrechtenorganisaties wereldwijd roepen op tot een grondig onderzoek naar de moord en stellen dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat David vanwege zijn geaardheid werd vermoord. De lokale politie spreekt dit tegen en stelt dat het om een roofoverval ging die niets te maken had met Davids geaardheid of zijn rol in de strijd voor lhbtq+-rechten. Later in 2011 wordt de dader gearresteerd en veroordeeld tot dertig jaar gevangenisstraf.
Onuitputtelijke strijdvaardigheid en geloof in het rechtssysteem
Wereldwijd wordt gerouwd om de dood van David. De moord wordt scherp veroordeeld door mensenrechtenorganisaties over de hele wereld en door regeringsleiders, onder wie de Amerikaanse president Barack Obama, die hem prees om zijn dapperheid en zijn inzet voor vrijheid en rechtvaardigheid voor iedereen.
David’s opvolger bij SMUG, Frank Mugisha, herinnert hem als volgt: “He became a father to me in the movement, he became a supporter of me in the movement.”
Vooral Davids geloof in de rechtsstaat, zijn voortdurende en openbare strijd voor gerechtigheid en zijn oproepen aan medestanders om standvastig te blijven worden geprezen. Daarnaast wordt zijn onuitputtelijke strijdvaardigheid geroemd, die tot op de dag van vandaag mensen en organisaties wereldwijd inspireert.
Literatuur en bronnen
Call me Kuchu. Regie: Katherine Fairfax Wright en Malika Zouhali-Worrall, 2012.
”Call Me Kuchu’ – the secret world of Uganda’s LGBT rights activists,’ Amnesty International, 2012.
‘The life and legacy of David Kato,’ University of York, 2021.
‘Homoseksualiteit in Oeganda: Liefhebben in doodsangst.’ Amnesty International, 2011.