Skip to content
52

Bet van Beeren

zij/haar

1902 – 1967

Onder Bet van Beeren, ‘Koningin van de Zeedijk’, groeide café ’t Mandje begin 20e eeuw uit tot een vrijplaats waar iedereen welkom is, lief kan hebben en zichzelf kan zijn. Haar eigenzinnigheid en zorgzaamheid staan symbool voor het dwarse en kleurrijke karakter van Amsterdam.

Lees meer
Bet van Beeren Atria
Cafe t Mandje Stadsarchief Amsterdam Martin Alberts Bet van Beeren Gon Buurman IHLIA Bet van Beeren Stadsarchief Martin Alberts Cafe Stadsarchief Amsterdam Martin Alberts bet van beeren

Fotocredits

“Portret van caféhouder Bet van Beeren”
Jaartal: Onbekend
Fotograaf: Onbekend
Collectie: IAV-Atria

“Café ’t Mandje, Zeedijk 63”
Jaartal: 2007
Collectie: Stadsarchief, Amsterdam
Fotograaf: Martin Alberts

“Zeedijk 63”
Jaartal: 1985
Collectie: Stadsarchief, Amsterdam
Fotograaf: Martin Alberts

“Foto van Bet van Beeren in matrozenpak aan de wand van café ‘t Mandje”
Jaartal: 1986
Collectie: IHLIA LGBTI Heritage
Fotograaf: Gon Buurman

“Bet van Beeren voor café ’t Mandje”
Jaartal: 1961
Collectie: Stadsarchief, Amsterdam
Fotograaf: Sjoerd Holsbergen

Biografie

Auteur: Agnes Cremers

Blikfabriek
Bet (Elisabeth Maria) van Beeren werd geboren in een groot katholiek gezin in de Jordaan. Haar vader werkte als stratenmaker, haar moeder runde eerst een logement en trok later met een viskar door de buurt. Als oudste dochter hielp Bet al jong mee met de verkoop van vis. Daarnaast werkte ze in een blikfabriek, waar ze twee vingertoppen verloor. Na een ruzie verliet ze de fabriek en ging ze aan de slag bij haar oom in café Amstelstroom op de Zeedijk. In 1927, vijfentwintig jaar oud, nam ze de zaak over. Volgens de overlevering gaf ze het café de naam ’t Mandje, naar het mandje waarin haar moeder haar dagelijks eten bracht.

Al vóór de Tweede Wereldoorlog stond Van Beerens café bekend als een uitgesproken ‘gemengde’ plek. De Zeedijk, nauw verbonden met de haven, trok een bont publiek van zeelieden, arbeiders en mensen die elders moeilijk hun plek vonden. Bij Bet kwamen veel homoseksuele mannen. Iets verderop, aan de Lange Niezel, trok café Monico van Blonde Saar juist meer lesbische vrouwen.

Bij Bet mocht het
Hoewel in haar café niet gezoend mocht worden – voor niemand – bood ze binnen die grenzen opvallend veel ruimte. Dansen was in cafés lange tijd verboden zonder speciale vergunning, behalve op Oranjefeestdagen. Waar dansende homomannen elders werden geweerd, maakte Bet geen onderscheid. Haar Oranjegezindheid gaf haar een aanleiding om iedereen toe te laten op de dansvloer. Zoals Albert Mol het later verwoordde: ‘Dat mocht nérgens, dat mocht nóóit, [maar] bij Bet mócht het en kón het en niemand vond het vreemd.’

Van Beeren trok zich weinig aan van conventies. Ze reed al vroeg motor en verscheen regelmatig met een nieuwe vriendin achterop bij haar café. In ’t Mandje liepen mannen met stropdassen een zeker risico. Volgens een bekend verhaal knipte of trok ze die zonder pardon af om ze vervolgens op te hangen. Niemand moest zich verheven voelen boven een ander. Al snel sierden de dassen het plafond.

Tijdens de oorlog bevond haar café zich in een grijs gebied. De Wallen waren verboden terrein voor Duitse militairen vanwege infectiegevaar, maar de Zeedijk viel daar net buiten. Duitse officieren kwamen er soms toch. Tegelijkertijd bood Bet onderdak aan onderduikers, vermoedelijk op zolder, en verborg ze wapens voor haar broer in het verzet, terwijl de vijand in haar zaak aanwezig kon zijn.

Scherpe tong en zakelijk instinct
Haar leven en persoonlijkheid leverden talloze anekdotes op. Ze stond bekend om haar scherpe tong en haar zakelijk instinct, waarmee ze een goedlopende zaak wist op te bouwen. Tegelijkertijd was ze vrijgevig: ondanks dat ze niet langer praktiserend gelovig was, ondersteunde ze zowel het Leger des Heils als de katholieke kerk financieel. Met majoor Bosshardt ontwikkelde ze een bijzondere band. Zoals Bosshardt zei:

“Ze had een heel grote mond, niemand kon tegen haar op. Ik denk dat ik een van de weinigen zal zijn geweest. Misschien dat ze me daarom juist graag mocht. Ik sluit niet uit dat ze zelfs een beetje verliefd op me is geweest.”

Verzameling van uitersten
Toch ligt haar blijvende betekenis in ’t Mandje zelf. Veertig jaar lang bood ze er onderdak aan ‘vogels van diverse pluimage’, een plek waar verschillen zichtbaar mochten zijn. In 1966 schreven twee hetero’s op homokroegentocht het als verzameling van uitersten:

‘Met als vanouds het meest heterogene publiek dat men zich maar kan voorstellen. Wat hier verzameld is eet van meerdere wallen: Marokkaanse gastarbeiders, geheel in leer gevatte meedogenloze jongens, en daarnaast een 35-jarige dikzak in een lila kruippakje, en een andere jongeman die met kennelijk welgevallen, midden in het café staand, zijn gulp wijd opengesperd hield.’

Pils en haring
Van Beeren stond bekend als stevige drinker. Toen ze in 1967 overleed, werd haar levensstijl met enige verbazing herdacht, zoals Gerard Reve het verwoordde: ‘want sinds veertig jaar bestond haar voedsel uit pils, haring – als dat zo uitkwam – en soms een kleinigheidje vaste spijs. Veertig jaar meer dan veertig pilsjes per dag en dan pas op je vijfenzestigste aan een leverkwaal sterven, dat is een prestatie, die niemand hoeft te evenaren.’

Na haar dood zette haar jongere zus Greet het café voort tot 1982. Het interieur uit dat jaar bleef bewaard en werd later deels gereconstrueerd in het Amsterdam Museum. Bij de Gay Games van 1998 opende ’t Mandje tijdelijk opnieuw zijn deuren. In 2008 volgde een definitieve heropening door een nicht van Van Beeren. Hoewel het café werd gerenoveerd, bleef het karakter behouden: als historisch monument lijkt het nog altijd als twee druppels water op het café van vroeger. Bet van Beeren en haar Café ’t Mandje blijven een levend hoofdstuk binnen de Amsterdamse queergeschiedenis.

Literatuur en bronnen

Website: Cafe ’t Mandje.

Bet van Beeren,’ Martien Sleutjes. With Pride – IHLIA LGBTI Heritage.

Bet van Beeren,’ Ode aan vrouwen – Amsterdam Museum.

Een sterke pot achter de tap: Bet van Beeren en ’t Mandje,’ Gert Hekma. Tijdschrift voor Biografie, 4 (2015) 3 (najaar): p. 32-37.

Twee uilen in Athene,’ Jan Donkers en Frits Boer. Dialoog, 1996-6: p 250-252.

Secret Link