Skip to content
10

Jacob Anton Schorer

hij/hem

1866 – 1957

Jacob Anton Schorer was in 1912 de grondlegger van de eerste Nederlandse organisatie die streed tegen discriminatie van homoseksuelen en kennis bevorderde op het gebied van seksuele-, gender- en seksediversiteit.

Lees meer
Jacob Anton Schorer 1866 1957 portrait LGBT emancipator founder Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee
Bureau Schorer IHLIA Schorer pub ihlia

Fotocredits

Portret “Jacob Anton Schorer”
Jaartal: Omstreeks 1920
Fotograaf: Onbekend
Bron: Publieke domein

Bureau van Schorer
Collectie: IHLIA LGBTI Heritage

Titel: Tweeërlei maat
Auteur: J.A. Schorer
Jaar: 1911
Collectie: IHLIA LGBTI Heritage

Biografie

Auteur: Mark Bergsma

Een jonkheer ‘van zeer onzedelijke neigingen’

Jacob Anton Schorer werd geboren op 1 maart 1866 in Heinkenszand, uit een oud en vooraanstaand Zeeuws geslacht. In 1893 werd zijn vader tot de adelstand verheven en vanaf dat moment mocht Jacob zich jonkheer noemen. Hij studeerde rechten aan de Universiteit Leiden en promoveerde daar in 1897. In datzelfde jaar nog werd hij advocaat en procureur in Middelburg. Zijn carrière als advocaat was echter geen lang leven beschoren: in 1903 werd de 37-jarige Schorer ervan verdacht seksuele contacten te hebben gehad met een minderjarige jongen. Bewijs was er niet, maar dat hij een man ‘van zeer onzedelijke neigingen’ werd genoemd, schaadde zijn reputatie dusdanig dat hij om eervol ontslag vroeg en naar Berlijn vertrok.

Wissenschaftlich Humanitäres Komitee (WHK)

In Berlijn verdiepte hij zich in de seksuologie bij het Wissenschaftlich-Humanitäres Komitee (WHK), de eerste organisatie ter wereld die opkwam voor de emancipatie van homoseksuelen. Het WHK werd in 1897 opgericht door de pionierende Joods-Duitse arts en seksuoloog Magnus Hirschfeld, die zelf homoseksueel was.

De organisatie streed tegen de strafbaarstelling van homoseksualiteit en zette zich in voor voorlichting en bredere maatschappelijke acceptatie van homoseksuelen. Hier maakte Schorer kennis met de destijds revolutionaire, maar inmiddels achterhaalde theorie van het ‘derde geslacht’, waarin homoseksuelen werden gezien als een tussengeslacht tussen man en vrouw. Ook leerde hij via Hirschfeld dat homoseksualiteit als een aangeboren eigenschap werd beschouwd en daarom niet strafbaar zou mogen zijn.

In deze jaren bleef Schorer nauw betrokken bij zijn geboorteland. In 1904 publiceerde hij een artikel in het juridische tijdschrift Themis, waarin hij kritiek uitte op de gebrekkige kennis over homoseksualiteit in Nederland: ‘Over het algemeen heerschen daaromtrent in Nederland nog de meest absurde wanbegrippen’. Voor Schorer werd daarmee duidelijk dat er in Nederland nog veel werk te verrichten was.

248bis

In de eerste periode na zijn terugkeer hield Schorer zich bezig met het bestrijden van het voor homoseksuelen discriminerende artikel 248bis uit het Wetboek van Strafrecht. Dit artikel was onderdeel van de zogenaamde zedenwet die in 1911 werd ingevoerd door de katholieke minister van Justitie Robert Regout. Het artikel bevatte een verbod op seksuele contacten tussen meer- en minderjarigen van hetzelfde geslacht, waarbij de leeftijdsgrens voor meerderjarigheid niet langer op 16 maar op 21 jaar werd gesteld. Bij heteroseksuelen bleef de minimumleeftijd voor seksueel contact op 16 jaar liggen. Met het artikel werd zodoende een sterk onderscheid gemaakt tussen heteroseksuelen en homoseksuelen.

Schorer sprak met verschillende Kamerleden en publiceerde de brochure Tweeërlei maat, waarin hij – mede op basis van de kennis die hij in Berlijn had opgedaan – protesteerde tegen artikel 248bis. Zijn inspanningen mochten echter niet baten: het artikel werd alsnog ingevoerd. Die zomer noteerde hij teleurgesteld: ‘Overal waar de kerkelijke invloed zich laat gelden, is het met een ruimere, vrijere levensopvatting gedaan.’

Door wetenschap tot rechtvaardigheid

Schorer bleef echter onverminderd strijdbaar. In 1912 richtte hij als reactie een Nederlandse afdeling op van het Wissenschaftlich-humanitäres Komitee, dat zich in 1919 als zelfstandige organisatie afsplitste onder de naam Nederlands Wetenschappelijk Humanitair Komitee (NWHK). Het NWHK streed, net als de Duitse moederorganisatie, voor gelijke rechten van homoseksuelen en geldt daarmee als de eerste homobelangenorganisatie van Nederland. 

Schorer was de drijvende kracht achter het NWHK. En ondanks de moeizame weg die hij met het NWHK bewandelde, bleef Schorer optimistisch. Hij was ervan overtuigd dat kennis de sleutel was tot het doorbreken van vooroordelen over homoseksualiteit en het opbouwen van een tolerantere samenleving. Die overtuiging, waaraan hij zijn hele leven vasthield, klonk ook door in het motto van de organisatie: ‘door wetenschap tot rechtvaardigheid’.

Het NWHK richtte zich dan ook vooral op het verspreiden van wetenschappelijke literatuur, jaarverslagen en brochures onder studenten en bepaalde beroepsgroepen, zoals juristen en medici. In de eerste brochure, Wat iedereen behoort te weten omtrent Uranisme, waarin de missie van de organisatie werd uiteengezet, is Schorers gedreven toon duidelijk herkenbaar: ‘[…] Wij aanvaarden dien strijd, gedragen door de vaste, onwankelbare overtuiging dat die noodzakelijk is, dat ware zedelijkheid dien strijd vordert en dat hij dan ook eens tot de overwinning mòet en zàl voeren.’

Zijn geloof in het verspreiden en vergaren van kennis, inspireerde Schorer tot het opbouwen van een eigen bibliotheek. In 1922 verscheen de catalogus waarin tal van wetenschappelijke werken over (homo)seksualiteit en bellettrie werden beschreven. Schorers bibliotheek was daarmee een waardevolle aanvulling op de bestaande Nederlandse collecties, waarin destijds nauwelijks literatuur over homoseksualiteit te vinden was. Zijn catalogus is ook voor het hedendaagse onderzoek van groot belang: het laat zien hoeveel er vóór de Tweede Wereldoorlog al over homoseksualiteit geschreven werd.

Erelid COC

In het voorjaar van 1940 vernietigde Schorer het archief van het NWHK. Die beslissing bleek niet voorbarig: al in de eerste maand van de Duitse bezetting werd zijn bibliotheek door de Duitsers in beslag genomen. De collectie telde op dat moment 1.880 werken. Pas later in de oorlog ontdekte Schorer dat de bibliotheek naar Berlijn was afgevoerd. Na 1945 deed hij verschillende pogingen via de Nederlandse autoriteiten om zijn verzameling terug te krijgen, maar zonder resultaat. Het bleef voor hem een blijvende bron van pijn.

Met de afloop van de oorlog staakte Schorer ook zijn activiteiten voor het NWHK, op een enkele brochure na, Gelijkheid van recht, ook hier! (1946). In datzelfde jaar werd het werk van het NWHK voortgezet door de zogenoemde Shakespeare Club, de voorloper van het latere COC, waarvan Schorer tot erelid werd benoemd. Hij woonde inmiddels in Harderwijk, waar hij zijn laatste jaren doorbracht bij verschillende hospita’s. Hoewel hij steeds meer op zichzelf kwam te staan, bleef hij de ontwikkelingen rond de homo-emancipatie nauwlettend volgen. In 1957 overleed hij op 91-jarige leeftijd.

De nalatenschap van Jacob Schorer en zijn vroege emancipatiestrijd werd door de nieuwe generatie niet vergeten. Tien jaar na zijn dood werd in 1967 de Schorerstichting naar hem vernoemd. Vanaf 1984 verschenen ook de eerste straatnamen die zijn naam droegen. In 2000 nam IHLIA de taak op zich om zijn geliefde bibliotheek te reconstrueren, bestaande uit boeken, grijze literatuur, tijdschriften en tijdschriftartikelen. In 2007 verscheen bovendien een biografie van de hand van neerlandicus Theo van der Meer.

Literatuur en bronnen

Th.A.M. van der Meer, ‘Schorer, jhr. Jacob Anton (1866-1957)‘, in Biografisch Woordenboek van Nederland, 12-11-2013.

IHLIA LGBTI Heritage, Schorerbibliotheek.

John Töpfer, Roze adel: jonkheer mr. Jacob Anton Schorer (1866-1957), 3 augustus 2024.

Secret Link