Skip to content
17

Titia van der Tuuk

1854 – 1939

De uit Groningen afkomstige feministe en vrijdenker Titia van der Tuuk, heeft als schrijfster, vertaler en activiste een bijzondere en bepalende rol vervuld voor een gezonde levensstijl van de mens en specifiek voor gelijkwaardige rechten van vrouwen en homoseksuelen.

Lees meer
Titia van der Tuuk
TitiavanderTuuk BertelsVdTuuk1911 feministe titia van der tuuk 1854 1939 was de sterschrijfster van uitgeverij hilarius

Fotocredits

“Titia van der Tuuk en onbekende vrouw”
Jaartal: ca. 1885
Collectie: IISG
Fotograaf: Bruining fotografen, Arnhem

“Optreden van de zangeres Alida Bertels tijdens een bijeenkomst voor het vrouwenkiesrecht”
Jaartal: 1911
Collectie: Spaarnestad, Nationaal Archief
Fotograaf: Onbekend

Portret “Titia van der Tuuk”
Jaartal: Onbekend
Collectie: Onbekend
Fotograaf: Onbekend

Biografie

Auteur: Mark Bergsma met dank aan Myriam Everard

Onconventionele jeugd

Titia van der Tuuk werd in 1854 geboren in het Groningse ’t Zandt als vierde van zeven kinderen van Nicolaus van der Tuuk en Petronella Helena Clasina Lenting. Haar vader kwam uit een lange lijn van Nederlands-hervormde predikanten en was zelf ook predikant. Haar moeder, afkomstig uit een welgesteld en vrijzinnig gezin, was schrijfster van kinderboeken die zij publiceerde onder het pseudoniem Helena. Ondanks haar kwetsbare gezondheid en een aangeboren mankheid groeide Titia op in een vrije en onconventionele sfeer in de pastorie van Nieuwolda.

Titia’s vader overleed in 1867 toen zij dertien jaar oud was, waarna het gezin verhuisde naar de stad Groningen. Titia volgde daar een opleiding tot onderwijzeres en behaalde daarnaast MO-aktes Duits, Frans en wiskunde. In 1874 begon zij haar loopbaan in het onderwijs, eerst in Borculo en later in Baarn en Deventer. Maar lang zou haar onderwijscarrière niet duren. Haar slechthorendheid speelde daarbij een rol, maar minstens zo bepalend waren haar uitgesproken en voor die tijd zeer vooruitstrevende opvattingen.

‘De groote omwenteling’

Als jonge twintiger werd Titia van der Tuuk gegrepen door het werk van de schrijver en dwarsdenker Multatuli (Eduard Douwes Dekker). Multatuli verwierf vooral bekendheid met zijn roman Max Havelaar (1860), waarin hij scherpe kritiek uitte op het Nederlandse koloniale bestuur in Indonesië. Daarnaast schreef hij ook over onder andere de achtergestelde positie van vrouwen en liet hij zich openlijk kritisch uit over religie.

Hoewel Titia zich later als vrijdenkster over uiteenlopende maatschappelijke kwesties zou uitspreken, begon haar intellectuele emancipatie bij het geloof. Het loslaten van haar religieuze overtuigingen verliep niet zonder strijd; twee jaar lang heeft zij geworsteld en getwijfeld. Een beslissend moment kwam toen zij het vrijdenkersblad ‘De Tolk van den Vooruitgang’ onder ogen kreeg. De daarin verwoorde ideeën bevestigden haar in haar opvattingen. Vastbesloten ook andere vrouwen tot zelfstandig denken aan te moedigen, bood zij de redacteur van ‘De Tolk van den Vooruitgang’ een bijdrage aan waarin zij verslag deed van haar nieuw ingeslagen levenspad. In 1877 schreef zij hem: ‘Ik heb mijn geest losgemaakt van de reeds half afgescheurde windselen van ’t geloof, die de vrijheid van denken zozeer in de weg staan. Ik ben atheïst, vrijdenkster!’

Haar verhaal werd, ondertekend met haar eigen naam, gepubliceerd. Titia besefte dat er weerstand zou komen, kort voor de publicatie noteerde zij in haar dagboek: ‘De ideeën vinden hier weinig ingang, dus zal strijd wel mijn deel zijn, een ongelijke strijd, wat het aantal betreft, maar niet wat de motieven betreft; want sterk voel ik mij, sterk door mijne innige overtuiging, die niemand mij ontnemen kan.’

Hierna trad Titia toe tot de Haarlemse afdeling van de vrijdenkersvereniging De Dageraad. Al snel nam zij zelf plaats in het bestuur van de vereniging en de redactie van het verenigingsblad. Deze stap maakte haar leven als onderwijzeres dusdanig ingewikkeld, dat ze het over een geheel andere boeg gooide: Titia nam ontslag en werd zelfstandig schrijfster en vertaalster. Bijna tien jaar later, tijdens een voordracht in 1886, blikte zij terug op dit beslissende moment in haar leven.Tegen haar publiek sprak zij over ‘de groote omwenteling, die plaats greep in mijn geheel innerlijk bestaan’.

Radicaal-feministe

Via de Dageraad kwam zij in contact met vooraanstaande feministen als Aletta Jacobs, de eerste vrouwelijke arts van Nederland, en schrijfster Elise Haighton, de eerste vrouw die zitting had in het bestuur van De Dageraad. In deze omgeving werd haar feministische overtuiging verder versterkt. Hoewel zij zich als schrijfster en vertaalster aanvankelijk vooral op kinderboeken richtte, begon zij ook te publiceren in feministische bladen als ‘De Huisvrouw’ en ‘De Vrouw’. Die laatste was een uitgave van geestverwant Wilhelmina Drucker.

Titia groeide zowel in theorie als in praktijk uit tot een zelfbewuste en onbevreesde radicaal-feministe. Ze hield zich bezig met maatschappelijk gevoelige onderwerpen als vrouwelijke seksualiteit en stelde de dubbele moraal van haar tijd scherp aan de kaak. In haar geschriften moedigde zij vrouwen aan een zelfstandiger leven te leiden. Daarnaast vertaalde zij invloedrijke werken, waaronder Het seksueele leven der vrouw van de Duitse arts Anna Fischer-Dückelmann. In 1894 werd ze lid van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, waarvoor zij regelmatig als spreekster optrad.

Ook in haar persoonlijke leven week zij af van de conventies van haar tijd: zij reisde veel, leerde fietsen en droeg haar haar kort.

Boven de sekse

Kort na 1900 sloot Titia zich aan bij de Rein Leven Beweging, een hervormingsbeweging die streefde naar een nieuwe seksuele moraal en een bewuste, gezonde levenswijze. Ze vervulde er een zeer actieve rol en bevond zich in de voorhoede van de strijd voor seksuele hervorming. In 1912 behoorde zij dan ook tot de weinige vrouwelijke ondertekenaars van de oproep tot gelijke wettelijke behandeling van homoseksuelen, een initiatief van Jacob Schorer. Het is niet uitgesloten dat deze oproep ook persoonlijk bij haar resoneerde.

Titia woonde vanaf 1897 samen met Rose Roosegaarde Bisschop. Daarvoor had zij haar dagboek al eens de liefde voor een vriendin toevertrouwd die zij haar ‘bruidegom’ noemde. Zij schreef: ’t Is misschien vreemd; maar ’k geloof niet, dat ik van een mannelijken bruidegom meer zou kunnen houden dan van haar; anderen zullen dat weer overdreven noemen, omdat ze ’t niet begrijpen.’ Daar voegde ze nog aan toe: ‘Hoe ’t zij, ’k zou niet weten, hoe het hier zonder haar te stellen; als ik eraan denk, haar niet dagelijks te kunnen zien. (…) ’t Komt mij voor alsof ik minnebrieven [liefdesbrieven] schrijf! Waarom ook niet, Multatuli deed het ook.’

Titia van der Tuuk overleed in 1939 op 84-jarige leeftijd. Hoewel haar overlijden destijds uitgebreid in de kranten werd vermeld, raakte zij daarna grotendeels in de vergetelheid. Dat is opvallend omdat haar denkwereld juist in de huidige tijd opnieuw tot inspiratie kan dienen. Volgens zelfstandig onderzoeker Myriam Everard hing Titia namelijk het radicale idee aan dat sekse geen voorbestemming is. De grens tussen mannelijk en vrouwelijk beschouwde zij niet als vaststaand, maar als iets dat kon worden doorbroken. Een overtuiging die zij ook in haar eigen leven in praktijk bracht. In dat opzicht vertoont haar denken een zekere verwantschap met hedendaagse non-binaire opvattingen over gender.

Literatuur en bronnen

Tuuk, Titia Klasina Elisabeth van der,’ Myriam Everard. Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, 2015

‘“De waarheid te bevorderen, altijd en overal”. Titia van der Tuuk en het vrije denken als feministisch program’, in: Myriam Everard en Ulla Jansz red., De minotaurus onzer zeden. Multatuli als heraut van het feminisme, 2010: p. 85-106.

‘De dingen van Titia van der Tuuk. Dr. Phelan’s Health Exerciser en de materiële politiek van een feministe’, Myriam Everard en Mieke Aerts. Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis 31, 2011: p. 31-53.

‘Vier feministen en het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee. De historische verhouding tussen de Nederlandse vrouwenbeweging en het lesbische,’ Myriam Everard Socialisties-Feministische Teksten (8), 1984: p. 149-175.

Secret Link