Titia van der Tuuk
1854 – 1939
De uit Groningen afkomstige feministe en vrijdenker Titia van der Tuuk, heeft als schrijfster, vertaler en activiste een bijzondere en bepalende rol vervuld voor een gezonde levensstijl van de mens en specifiek voor gelijkwaardige rechten van vrouwen en homoseksuelen.

= 768) $dispatch('lightbox-open', { src: 'https://walkofpride.amsterdam/wp-content/uploads/2026/01/TitiavanderTuuk.jpg', alt: 'TitiavanderTuuk' })" />
= 768) $dispatch('lightbox-open', { src: 'https://walkofpride.amsterdam/wp-content/uploads/2025/11/BertelsVdTuuk1911.jpg', alt: 'BertelsVdTuuk1911' })" />
= 768) $dispatch('lightbox-open', { src: 'https://walkofpride.amsterdam/wp-content/uploads/2025/10/feministe-titia-van-der-tuuk-1854-1939-was-de-sterschrijfster-van-uitgeverij-hilarius.jpg', alt: 'feministe titia van der tuuk 1854 1939 was de sterschrijfster van uitgeverij hilarius' })" />Fotocredits
“ Titia van der Tuuk & Rose Elisabeth Roosegaarde Bisschop”
Jaartal: ca. 1885
Collectie: IISG
Fotograaf: Bruining fotografen, Arnhem
“Titia van der Tuuk, achter de katheder, tijdens een bijeenkomst voor Vrouwenkiesrecht”
Jaartal: 1911
Collectie: Spaarnestad, Nationaal Archief
Fotograaf: Onbekend
Portret “Titia van der Tuuk”
Jaartal: 1919
Collectie: Onbekend
Fotograaf: Onbekend
De uit Groningen afkomstige feministe en vrijdenker Titia van der Tuuk, heeft als schrijfster, vertaler en activiste een bijzondere en bepalende rol vervuld voor een gezonde levensstijl van de mens en specifiek voor gelijkwaardige rechten van vrouwen en homoseksuelen.
Biografie
Auteur: Mark Bergsma met dank aan Myriam Everard
Onconventionele jeugd
Titia van der Tuuk werd in 1854 geboren in het Groningse ’t Zandt als vierde van de zeven kinderen van Nicolaus van der Tuuk en Petronella Helena Clasina Lenting. Haar vader kwam uit een lange lijn van Nederlands-hervormde predikanten en was zelf ook predikant. Haar moeder, afkomstig uit een welgesteld en vrijzinnig gezin, was schrijfster van kinderboeken die zij publiceerde onder de naam Helena. Ondanks haar kwetsbare gezondheid en een aangeboren mankheid groeide Titia op in een vrije en onconventionele sfeer in de pastorie van Nieuwolda.
Titia’s vader overleed in 1867 toen zij dertien jaar oud was, waarna het gezin verhuisde naar de stad Groningen. Titia volgde daar een opleiding tot onderwijzeres en behaalde daarnaast MO-aktes Duits, Frans en wiskunde. In 1874 begon zij haar loopbaan in het onderwijs, eerst in Borculo en later in Baarn en Deventer. Maar lang zou haar onderwijscarrière niet duren. Haar slechthorendheid speelde daarbij een rol, maar minstens zo bepalend waren haar uitgesproken en voor die tijd zeer vooruitstrevende opvattingen.
‘De groote omwenteling’
Als jonge twintiger werd Van der Tuuk gegrepen door het werk van de schrijver en dwarsdenker Multatuli (Eduard Douwes Dekker). Multatuli verwierf vooral bekendheid met zijn roman Max Havelaar (1860), waarin hij scherpe kritiek uitte op het Nederlandse koloniale bestuur in Indonesië. Daarnaast schreef hij ook over onder andere de achtergestelde positie van vrouwen en liet hij zich openlijk kritisch uit over religie.
Hoewel Van der Tuuk zich later als vrijdenkster over uiteenlopende maatschappelijke kwesties zou uitspreken, begon haar intellectuele emancipatie bij het geloof. Het loslaten van haar religieuze overtuigingen verliep niet zonder strijd; twee jaar lang heeft zij geworsteld en getwijfeld. Een beslissend moment kwam toen zij het vrijdenkersblad ‘De Tolk van den Vooruitgang’ onder ogen kreeg. De daarin verwoorde ideeën bevestigden haar in haar opvattingen. Vastbesloten ook andere vrouwen tot zelfstandig denken aan te moedigen, bood zij de redacteur van ‘De Tolk van den Vooruitgang’ een bijdrage aan waarin zij verslag deed van haar nieuw ingeslagen levenspad. In 1877 schreef zij hem: ‘Ik heb mijn geest losgemaakt van de reeds half afgescheurde windselen van ’t geloof, die de vrijheid van denken zozeer in de weg staan. Ik ben atheïst, vrijdenkster!’
Haar verhaal werd, ondertekend met haar eigen naam, gepubliceerd. Van der Tuuk besefte dat er weerstand zou komen, kort voor de publicatie noteerde zij in haar dagboek: ‘De ideeën vinden hier weinig ingang, dus zal strijd wel mijn deel zijn, een ongelijke strijd, wat het aantal betreft, maar niet wat de motieven betreft; want sterk voel ik mij, sterk door mijne innige overtuiging, die niemand mij ontnemen kan.’
Hierna trad Van der Tuuk toe tot de vrijdenkersvereniging De Dageraad. Al snel nam zij zelf plaats in het bestuur van de vereniging en de redactie van het verenigingsblad. Deze stap maakte haar leven als onderwijzeres zo goed als onmogelijk, aangezien leden van De Dageraad vanwege hun atheïstische opvattingen geweerd werden in overheidsfuncties. Van der Tuuk besloot het over een geheel andere boeg te gooien: ze nam ontslag en werd zelfstandig schrijfster en vertaalster. Bijna tien jaar later, tijdens een voordracht in 1886, blikte zij terug op dit beslissende moment in haar leven.Tegen haar publiek sprak zij over ‘de groote omwenteling, die plaats greep in mijn geheel innerlijk bestaan’.
Radicaal-feministe
Via de Dageraad kwam zij in contact met vooraanstaande feministen als Aletta Jacobs, de eerste vrouwelijke arts van Nederland, en schrijfster Elise Haighton, de eerste vrouw die zitting had in het bestuur van De Dageraad. In deze omgeving werd haar feministische overtuiging verder versterkt. Hoewel zij zich als schrijfster en vertaalster aanvankelijk vooral op kinderboeken richtte, begon zij ook te publiceren in feministische bladen als ‘De Huisvrouw’ en ‘De Vrouw’. Die laatste was een uitgave van geestverwant Wilhelmina Drucker.
Van der Tuuk groeide zowel in theorie als in praktijk uit tot een zelfbewuste en onbevreesde radicaal-feministe. Ze hield zich bezig met maatschappelijk gevoelige onderwerpen als vrouwelijke seksualiteit en stelde de dubbele moraal van haar tijd scherp aan de kaak. In haar geschriften moedigde zij vrouwen aan een zelfstandiger leven te leiden. Daarnaast vertaalde zij invloedrijke werken, waaronder Het seksueele leven der vrouw van de Duitse arts Anna Fischer-Dückelmann. In 1894 werd ze een van de eerste leden van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, waarvoor zij regelmatig als spreekster optrad.
Ook in haar persoonlijke leven week zij af van de conventies van haar tijd: ze reisde alleen, onbeschermd, en met de trein, leerde fietsen en droeg haar haar kort. Ook was ze al heel vroeg tegenstandster van het dragen van een korset, dat ze zelf ook afwierp.
Boven de sekse
Kort na 1900 sloot Van der Tuuk zich aan bij de Rein Leven Beweging, een hervormingsbeweging die streefde naar een nieuwe seksuele moraal en een bewuste, gezonde levenswijze. Ze vervulde er een zeer actieve rol en bevond zich in de voorhoede van de strijd voor seksuele hervorming. In 1912 behoorde zij dan ook tot de weinige vrouwelijke ondertekenaars van de oproep tot gelijke wettelijke behandeling van homoseksuelen, een initiatief van Jacob Schorer. Het is niet uitgesloten dat deze oproep ook persoonlijk bij haar resoneerde.
Van der Tuuk woonde vanaf 1897 samen met Rose Roosegaarde Bisschop. Daarvoor had zij haar dagboek al eens de liefde voor een vriendin toevertrouwd die zij haar ‘bruidegom’ noemde. Zij schreef: ’t Is misschien vreemd; maar ’k geloof niet, dat ik van een mannelijken bruidegom meer zou kunnen houden dan van haar; anderen zullen dat weer overdreven noemen, omdat ze ’t niet begrijpen.’ Daar voegde ze nog aan toe: ‘Hoe ’t zij, ’k zou niet weten, hoe het hier zonder haar te stellen; als ik eraan denk, haar niet dagelijks te kunnen zien. (…) ’t Komt mij voor alsof ik minnebrieven [liefdesbrieven] schrijf! Waarom ook niet, Multatuli deed het ook.’
Toen Titia van der Tuuk in 1939 op 84-jarige leeftijd overleed, besteedden verschillende kranten uitgebreid aandacht aan haar overlijden. Daarna raakte zij grotendeels in de vergetelheid. Pas in de jaren tachtig, met de opkomst van vrouwenstudies, groeide de belangstelling voor haar leven en werk opnieuw. Een belangrijke rol daarin speelde zelfstandig onderzoeker Myriam Everard, die jarenlang onderzoek naar Van der Tuuk deed en uitgebreid over haar publiceerde. Volgens Everard kan haar gedachtegoed ook vandaag de dag nog een bron van inspiratie zijn. Van der Tuuk hing namelijk het radicale idee aan dat sekse geen voorbestemming is. De grens tussen mannelijk en vrouwelijk beschouwde zij niet als natuurlijk en dus vaststaand, maar als historisch gegroeid en dus veranderlijk. Die grens kon dan ook worden doorbroken, een overtuiging die zij ook in haar eigen leven in praktijk bracht. In dat opzicht vertoont haar denken een zekere verwantschap met hedendaagse non-binaire opvattingen over gender.
Literatuur en bronnen
Myriam Everard, “Tuuk, Titia Klasina Elisabeth van der,” Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, Huygens ING, geraadpleegd 17 juni 2026, https://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/data/Tuuk.
Myriam Everard, ‘Vier feministen en het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee. De historische verhouding tussen de Nederlandse vrouwenbeweging en het lesbische’, Socialisties-Feministische Teksten 8 (1984) 149-175.
Myriam Everard, ‘“De waarheid te bevorderen, altijd en overal”. Titia van der Tuuk en het vrije denken als feministisch program’, in: Myriam Everard en Ulla Jansz red., De minotaurus onzer zeden. Multatuli als heraut van het feminisme (Amsterdam 2010) 85-106.
Myriam Everard en Mieke Aerts, ‘De dingen van Titia van der Tuuk. Dr. Phelan’s Health Exerciser en de materiële politiek van een feministe’, Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis 31 (2011) 31-53.