Andreas Burnier
zij/haar1931 – 2002
Tegendraadse Joodse feministe, polemist, schrijfster en criminoloog Andreas Burnier was wars van gendernormen en het meest gelukkig in een mannenpak. Burnier’s literaire werk is blijvend van grote waarde voor lesbische vrouwen, transgender en non-binaire personen.

= 768) $dispatch('lightbox-open', { src: 'https://walkofpride.amsterdam/wp-content/uploads/2025/11/Jongensuur1969.jpg', alt: 'Jongensuur1969' })" />
= 768) $dispatch('lightbox-open', { src: 'https://walkofpride.amsterdam/wp-content/uploads/2025/10/2-Irma-Dessaur-7-jaar-1938-eerste-schooldag-1.jpeg', alt: '2 Irma Dessaur 7 jaar 1938 eerste schooldag 1' })" />
= 768) $dispatch('lightbox-open', { src: 'https://walkofpride.amsterdam/wp-content/uploads/2025/10/AB-In-Zutphen-2001.jpeg', alt: 'AB In Zutphen 2001' })" />Fotocredits
Boekomslag “Het jongensuur”
Jaartal: 1969
Uitgever: Querido
Auteur: Andreas Burnier
“Irma Dessaur voor ouderlijk huis op haar eerste schooldag. 7 jaar.”
Jaar: 1938
Collectie: Privécollectie
Fotograaf: Onbekend
“In Zutphen”
Jaar: 2001
Collectie: Privécollectie
Fotograaf: Daniel van Mourik
Tegendraadse Joodse feministe, polemist, schrijfster en criminoloog Andreas Burnier was wars van gendernormen en het meest gelukkig in een mannenpak. Burnier’s literaire werk is blijvend van grote waarde voor lesbische vrouwen, transgender en non-binaire personen.
Biografie
Auteur: Agnes Cremers met dank aan Daniel van Mourik
Liever een jongen
Andreas Burnier werd in 1931 in Den Haag geboren als Catharina Irma Dessaur in een liberaal-joods gezin. Als kind voelde ze zich, in een wereld met nog vast omschreven genderrollen, niet thuis in haar meisjeslichaam en wilde ze liever een jongen zijn. De Duitse bezetting (1940) had een diepe impact op haar jeugd. Vanwege haar Joodse afkomst moest ze onderduiken, werd ze gescheiden van haar ouders en woonde ze op maar liefst zestien verschillende adressen. Tijdens de oorlog gebruikte ze de schuilnaam Ronnie van Dijk, die ze na de oorlog besloot te houden. Haar ouders zag ze terug in 1945 maar veel familieleden waren vermoord.
Na de oorlog wilde Burnier eerst niets met haar Joodse afkomst te maken hebben. In het Nederland van de wederopbouw was daar ook weinig ruimte voor. Ze begon aan een studie medicijnen en filosofie in Amsterdam, maar brak deze voortijdig af. In de jaren vijftig vluchtte ze in een huwelijk: op 22-jarige leeftijd trouwde ze met uitgever J.E. Zeijlmans van Emmichoven. Samen kregen ze twee kinderen. In 1961 scheidde ze, maar het huwelijk had haar ook wat waardevols opgeleverd: naast de kinderen ook de kennismaking met haar schoonvader, pionier van de antroposofie in Nederland. Deze filosofie, die de mens ziet als een eenheid van lichaam, ziel en geest, bleef Burnier haar hele leven trouw.
Een lesbische avonturenroman
Na haar scheiding studeerde Burnier filosofie in Leiden en promoveerde ze vervolgens in de criminologie. Tijdens het werken aan haar proefschrift vond ze haar eerste vrouwenliefde, Paul Franssen, met wie ze zeventien jaar samen bleef.
Onder het pseudoniem Andreas Burnier publiceerde ze haar debuut in 1965, Een tevreden lach (1965). Het boek leverde haar direct de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs op. Opvallend was hoe vanzelfsprekend en speels Burnier vrouwelijke homoseksualiteit beschreef, een uitzondering in die tijd. Met humor neemt ze de lezer mee in de coming-of-age van de rebelse en lesbische Simone, die zich graag als jongen voordoet en weigert zich in de stereotyperende rol van vrouw te laten dwingen:
“Voor een vrouw is geen plaats in de wereld, alleen in de keuken, in bed en in de kerk. Er zijn geen vrouwelijke genieën, geen creatieve kunstvernieuwers of maatschappijhervormers die als voorbeeld kunnen dienen. Als een vrouw iets presteert, vraagt men zich af waarom zij geen man heeft of waarom ze haar tijd niet aan hem wijdt. Bli, bla, beloeba.”
Een tevreden lach is meer dan een ontwikkelingsroman. Biografe Elisabeth Lockhorn noemt het een avonturenroman over het leven van een lesbische jonge vrouw. Waar eerdere lesbische romans vaak eindigden in tragedie, zelfmoord of hopeloosheid, was Burniers benadering volstrekt nieuw. Ook Burniers hang naar mystiek is erin terug te lezen. Het gaat niet zozeer om het lichaam, maar om de ontdekking van de geest.
Jongensuur
Haar roman Het jongensuur (1969) beschrijft Burnier als haar meest autobiografische werk. Hierin verwerkt ze haar eigen worsteling met haar identiteit: de Joodse Simone moet tijdens de Tweede Wereldoorlog onderduiken en probeert los te komen van haar meisjeslichaam. Op elk nieuw onderduikadres speelt ze met haar identiteit, overtuigd dat ze eigenlijk een jongen had moeten zijn. Fragment:
‘Even later floot de badmeester mij eruit. De jongen stond naast hem, en er kwamen andere belangstellenden. Allemaal in zwembroeken, zag ik.
“Ze moet eruit, ze is een meisje,” zei de dikste jongen.
“Je hoort het,” zei de badmeester. “Je moet eruit. We hebben nu jongensuur. Dat zag je toch?”
Vernederd kleedde ik mij weer aan. De rotzakken.’
Burnier zag het onderdrukt worden als een inspiratiebron voor haar werk: ‘Het is altijd een voorrecht om geboren te worden in een onderdrukte groep. Voor iemand die tot de heersende kaste behoort, is het veel moeilijker ooit tot enig inzicht van belang te komen.’
Hoogleraar
Van 1973 tot 1988 was Burnier, onder haar echte naam Dessaur, hoogleraar criminologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Dat ging niet vanzelf: er zijn twee getuigschriften bewaard gebleven waarin haar homoseksualiteit en schrijverschap als een probleem werden gezien voor haar benoeming.
Burnier kwam bekend te staan om haar eruditie en tegendraadsheid. Opvallend was haar kortgeknipt haar en haar donkerblauwe pakken met lage zwarte schoenen. Studenten wilden de schrijfster van Een tevreden lach en Het jongensuur graag horen spreken. Haar latere geliefde, publicist Daniel (Ineke) van Mourik, met wie ze negentien jaar zou samenleven, herinnert zich een college dat ze ooit bij haar volgde:
“Als professor Dessaur achter het spreekgestoelte gaat staan met haar stevige stappers en herencolbert – dat ze af en toe over haar billen trekt –, zie ik een zelfbewuste, maar tegelijkertijd verlegen en onhandige vrouw. Een bijzondere verschijning in de academische mannenwereld. (…) Als Dessaur begint te spreken, met een stem die warm, exotisch Haags en rijk van taal is, wordt het hele sombere feestzaaltje geladen met intelligentie, kennis, wijsheid en humor.”
Niet in een hokje
Eind jaren tachtig begon Burnier een hartstochtelijke hang naar het jodendom te ervaren. In haar roman De wereld is van glas (1997) schreef ze voor het eerst sinds Het jongensuur weer over haar Joodse afkomst. In haar essay ‘Het joodse levensgevoel’ (1985) stelde ze dat het doel van de mens was om ‘het Onbenoembare’ te vinden. Vanuit haar grote belangstelling voor het jodendom begon ze Hebreeuws te leren, verdiepte ze zich in klassieke Joodse teksten en hielp ze een Joods studiecentrum (Crescas) te realiseren.
Naast haar werk als romanschrijver en wetenschapper publiceerde Burnier talloze essays, waarmee ze zich in maatschappelijke debatten mengde. Zij verzette ze zich onder andere tegen de euthanasiewet: de menselijke ziel en geest moesten beschermd worden. Zij was bang voor het afglijden naar makkelijke oplossingen en hield een pleidooi voor betere palliatieve zorg. Daarbij kon ze ook soms radicaal uit de hoek komen door euthanasie op een lijn te stellen met nazipraktijken en sloot zij een debat op televisie over hulp bij zelfdoding ooit af met:“Gij zult niet doden.”
Emancipatie
Feminisme was voor Burnier altijd een vanzelfsprekend thema: ‘Onze cultuur is zo vanzelfsprekend masculinistisch dat men altijd heeft gedaan alsof feminisme iets bijzonders was.’ Burnier wordt gezien als een van de voorlopers van de tweede feministische golf, maar dat betekent niet dat ze volledig opging in de beweging. Zo was ze geen voorstander van vrije abortus, wat haar niet in dank werd afgenomen.
Toch werd ze geroemd voor haar inzet voor emancipatie. In 1993 ontving Burnier voor haar verdiensten voor de lhbtiq+-gemeenschap de Bob Angelo Penning, in het leven geroepen door het COC. In 1994, toen de eerste werkgroep voor vrouwen die in het verkeerde lichaam zaten werd opgericht, werd haar gevraagd of deze naar haar boek Het jongensuur mocht worden vernoemd. Burnier vond het een eer.
In 2025 verscheen een heruitgave van het meest feministische boek van Burnier. Uitgeverij Kleine Uil bracht de De Huilende Libertijn uit. Een revolutionair boek uit 1970. Volgens Andreas zelf: ‘De eerste roman over vrouwen waarin niemand doodgaat, niemand krankzinnig wordt, niemand hoeft te trouwen, niemand zijn geld naar de psychiater brengt, en waarin ook nog eens iets te lachen valt.’
Burnier geldt nog steeds als inspiratiebron voor lesbische vrouwen, non-binaire en transgender personen. Zelf was ze wars van hokjes. Xandra Schutte schrijft in Dichters & Denkers, Romans die onze blik veranderen: ‘Je kunt je afvragen of Burniers verlangen een jongen te zijn samenhing met de enge mal die destijds voor vrouwen klaarlag. Misschien was ze nu, zoals het heet transgender zijn geweest, of iets tussen man en vrouw in. Maar waarschijnlijker is dat Andreas Burnier ook die nieuwe etiketten als ‘verstarring, beperking, afsnoering’ had gezien.
Burnier overleed op 71-jarige leeftijd aan een hersenbloeding. Ze is begraven op de Liberaal-Joodse Begraafplaats in Hoofddorp.
Literatuur en bronnen
Website: Stichting Andreas Burnier
‘Vrouw met baard,’ Xandra Schutte. De Groene Amsterdammer, 2015 (34).
‘Speech bij de presentatie van Andreas Burnier, Elk boek is een gevaar, samengesteld door
Ronit Palache, zondag 18 september 2022 De Balie te Amsterdam’, Daniel van Mourik, 2022.
Elk boek is een gevaar, samengesteld door Ronit Palache, 2022.