Alje Klamer
hij/hem1923 – 1986
De Hilversumse hervormde radiopastor Alje Klamer brak begin jaren 1960 een lans voor de acceptatie van homoseksuelen binnen het Christelijke geloof. Met ferme woorden doorbrak hij een groot taboe. Naast het bieden van een luisterend oor, pleitte hij voor steun, zorg en erkenning.

= 768) $dispatch('lightbox-open', { src: 'https://walkofpride.amsterdam/wp-content/uploads/2025/12/klamer-355x600-1.jpeg', alt: 'klamer 355x600 1' })" />Fotocredits
“Opdracht Eva; ds. Klamer , Hilversum, kop”
Geportretteerde: Alje Klamer
Jaartal: 1970
Collectie: Anefo/Nationaal Archief
Fotograaf: Erich Koch
Boekomslag: “Alje Klamer. Een portret van een radiopastor”
Auteur: Arjo Klamer et al.
Jaartal: 1987
Collectie: IHLIA LGBTI Heritage
De Hilversumse hervormde radiopastor Alje Klamer brak begin jaren 1960 een lans voor de acceptatie van homoseksuelen binnen het Christelijke geloof. Met ferme woorden doorbrak hij een groot taboe. Naast het bieden van een luisterend oor, pleitte hij voor steun, zorg en erkenning.
Biografie
Auteur: Johan Meester
Ik ben de megafoon van de mensen die geen stem hebben
Deze opdracht gaf de bekende radiopastor Alje Klamer zichzelf: hij wilde de talloze ongehoorden in het naoorlogs Nederland een luide stem geven.
Klamer wordt in 1923 geboren in de stad Groningen en gaat daar theologie studeren. Wanneer hij tijdens zijn studie in de oorlog weigert de verplichte Loyaliteitsverklaring te tekenen, wordt hij te werk gesteld in Berlijn. In 1944 komt hij terug met TBC en verblijft een jaar in een sanatorium. Eenmaal hersteld neemt hij z’n studie weer op en wordt in 1949 beroepen als predikant.
Al tijdens zijn studie verzet Kalmer zich tegen de bekrompen kerkgeest, is hij voor samenwerking tussen vrijzinnigen en rechtzinnigen. Hij heeft niet veel op met filosoferen en academisch gepraat, maar is meer geïnteresseerd in de praktische gang van zaken in de kerk.
Op dat moment is Nederland nog sterk verzuild en speelt het Christelijk geloof een grote rol. Over moeilijke zaken wordt niet gepraat. Homoseksuelen zijn zondig en grotendeels onzichtbaar: er geldt een leeftijdsgrens voor contact tussen mensen van hetzelfde geslacht (artikel 248bis), homoseksuelen kunnen hun baan verliezen, krijgen geen huurwoning en zijn chantabel.
Een kerkdienst van Klamer, die in 1954 via de radio wordt uitgezonden, trekt de aandacht. Dit leidt ertoe dat hij in 1959 de eerste radiopastor wordt voor het IKOR (later IKON). Er zijn nog nauwelijks televisies, maar iedereen heeft een radio.
Aan de radiokerkdiensten is een pastoraat gekoppeld: luisteraars kunnen Klamer na de dienst schrijven of bellen. Hoewel hij aanvankelijk met scepsis kijkt naar dit anonieme pastoraat, blijkt juist de anonimiteit een groot succes te zijn.
Zakken vol brieven
Klamer ontvangt zakken vol post en talloze telefoontjes, juist omdat de familie of buren niet meekijken. En al in de eerste week wordt hij geconfronteerd met het verhaal van een homoseksuele luisteraar en met zijn eigen vooroordelen: tijdens zijn opleiding had hij geleerd dat een dominee een homoseksueel zou moeten adviseren zich te laten castreren.
Op dat moment realiseert Klamer zich dat de kerk mensen buitensluit in plaats van ze, in liefde, te verwelkomen. In zijn ogen draait alles in de kerk juist om de liefde van Jezus. Terstond houdt hij een bede ten gunste van homoseksuelen. Dat was nog nooit vertoond en levert nog meer post op: positieve brieven van homoseksuelen, maar ook veel haatpost van luisteraars.
God wil dat u als een vrij mens leeft
Vanuit gereformeerde hoek verschijnt in 1961 het boekje De Homoseksuele Naaste. Er wordt veel informatie gegeven en niet direct een moreel oordeel geveld over homoseksuelen. Klamer sluit hier hetzelfde jaar bij aan met twee radiopraatjes: ‘Doodzwijgen of liefhebben’ en ‘Het vooroordeel’.
Het eerste begint hij met “Ik wil vanmiddag met u praten over het doodzwijgen van honderdduizenden homoseksuelen in ons land” en vervolgt hij met “veracht de liefde van een homoseksueel niet”. Tegen de homoseksuele luisteraar zegt hij “God wil dat u als vrij mens leeft. Laat u niet wijsmaken dat de bijbel tegen u is”.
In de Haagse Courant wijst Klamer in een artikel er op dat 400.000 homoseksuelen worden doodgezwegen en talloze mannen en vrouwen zich vervreemd voelen van het evangelie omdat ze niet meetellen. Hij pleit ook voor voorlichting aan jongeren. In die tijd is dit niet alleen revolutionair, maar ook buitengewoon moedig.
Het blijft niet bij woorden alleen; Klamer is een bruggenbouwer en doener. In 1962 begint hij een oecumenische werkgroep van zielzorgers voor homoseksuelen. Met de protestantse dominee Brussaart en de RK priester Gottschalk zet hij gesprekskringen op voor gelovige homoseksuelen. Deze gesprekskringen zijn een doorslaand succes en bestaan nog steeds: Stichting De Kringen. Een zelfde soort kringen zet hij ook op voor ouders van homoseksuele kinderen.
Klamer en het COC
Onder voorzitterschap van Benno Premsela had het COC de blik naar buiten gericht en hij ziet in Klamer een bondgenoot. Hun doelen zijn dezelfde: via begrip, respect en tolerantie groeien naar gelijkberechtiging. Voor velen is ‘begrip’ al genoeg, maar Klamer is voor gelijke rechten, “begrip is koude liefde”.
Klamer benut daartoe alle kanalen die tot zijn beschikking staan: zijn preken, de radio en later de televisie, de schrijvende pers; bovendien zet hij zijn uitgebreide netwerk in.
Als het COC ijvert voor Koninklijke Goedkeuring van de vereniging gaat Klamer lobbyen bij de toen nog zeer machtige protestantse politieke partijen ARD en CHU. Die goedkeuring komt er uiteindelijk in 1973.
Liefde is in de bijbel geen welwillend gevoel, maar een daad
Wanneer Klamer spreekt over de ongehoorden, dan bedoelt hij niet alleen homoseksuelen, maar ook al die andere groepen die nagewezen worden, zoals kinderen van ouders die in de oorlog ‘fout’ waren of lid van NSB. Zo kort na de oorlog ligt dat nog heel gevoelig.
Wellicht nóg gevoeliger ligt Klamers aandacht voor pedoseksuelen. In een radiopraatje in 1976 geeft hij aan dat naar zijn overtuiging zij, als mensen, ook recht op pastorale zorg en liefde hebben.
Later zegt Klamer dat hij niet zo’n voorvechter is van ‘van alles en nog wat’, maar dat de tijd rijp was voor andere inzichten. Voordien waren de kerkelijke en maatschappelijke standpunten ten opzichte van mensen die niet in het patroon pasten, erg hard.
Klamer benadrukt de liefde waarmee de medemens benaderd dient te worden, zonder oordeel vooraf. Met deze houding heeft Klamer niet alleen homoseksuelen zelfvertrouwen en een stem gegeven maar heeft hij ook de pastorale en theologische visie op seksuele diversiteit doen veranderen. Door zijn preken, optredens en publicaties wist hij tenslotte ook een breed publiek te bereiken buiten de eigen kerkelijke kring.
Klamer was getrouwd met een vrouw en vader van vier kinderen. Hij stierf in 1987 aan een hersentumor, nog midden in het ambt. Weinig mensen wisten dat hij ziek was, een behandeling vond hij zinloos.
Wanneer nu de regenboogvlag aan de Westertoren hangt, dan is dat mede door het baanbrekende werk van dominee Alje Klamer.
Literatuur en bronnen
‘De kast, de kerk en het koninkrijk,’ Nieuw Wij, 2019.
De kast, de kerk en het koninkrijk, KRO, 2019.
Alje Klamer. Een portret van een radiopastor. Arjo Klamer et al., 1987.