Skip to content
46

Riek Stienstra

zij/haar

1942 – 2007

Riek Stienstra verloor haar medemens nooit uit het oog. Zij was de drijvende kracht achter het consultatiebureau gericht op lhbtq+-gezondheid en de buddyzorg voor mensen met hiv/aids. Haar speerpunten waren inclusieve zorg, maatschappelijke acceptatie en sociale ondersteuning.

Lees meer
Riek Stienstra

Fotocredits

“Riek Stienstra neemt afscheid als directeur van de Schorer stichting in 2002”
Jaartal: 2002
Collectie: IHLIA LGBTI Heritage
Fotograaf: Marian Bakker

Biografie

Auteur: Mark Bergsma

‘Als het goed voelt, is het goed.’

Riek Stienstra werd in 1942 geboren in het Friese dorp Boornbergum. Haar beide ouders waren onderwijzer en ze groeide op in een socialistisch gezin, waar de tafelgesprekken vaak over sociale kwesties en activisme gingen. Van poppen moest ze niets hebben, een meccanodoos was daarentegen favoriet. In de derde klas van de mulo werd ze voor het eerst echt verliefd op een meisje. Ze was toen vijftien jaar en voelde intuïtief aan dat ze hierover beter niet kon praten. Toch nam ze haar grootmoeder in vertrouwen, die haar geruststelde: ‘Als het goed voelt, is het goed.’

Later kwam ze in Amersfoort terecht, waar ze ging werken met moeilijk opvoedbare kinderen. Het personeel van de instelling bestond grotendeels uit vrouwen. Op een dag deed het gerucht de ronde dat twee groepsleidsters een relatie met elkaar hadden. Beide vrouwen werden daarop op staande voet ontslagen, terwijl de rest van het vrouwelijke personeel onder streng toezicht kwam te staan. Dat maakte diepe indruk op Riek: ‘Dat was voor mij toen voor het eerst heel schokkend. Oh, je moet dus uitkijken.’ Toch weerhield die ervaring haar er niet van om met een vriendin te gaan samenwonen.

In Amersfoort volgde ze een opleiding tot maatschappelijk werkster. Na haar studie werd ze directeur van de Sociale Academie in Amsterdam. Intussen was ze ook vertrouwd geraakt met de homoscene van de hoofdstad en deed ze werkzaamheden voor de Groep 7152, een landelijk netwerk dat destijds lesbische en biseksuele vrouwen ondersteunde. Riek moest overigens niets hebben van het idee vanuit de vrouwenbeweging dat lesbisch zijn een keuze kon zijn of het eindeloze analyseren over de oorsprong van homoseksualiteit: ‘Het is veel beter om uit te zoeken hoe je er het gelukkigst mee kunt leven.’

Schorerstichting

In 1974 trad ze in dienst bij de Schorerstichting; het eerste consultatiebureau voor homofilie ter wereld. De stichting kwam in 1967 uit de koker van het COC, maar ook kerkelijke instanties waren erbij betrokken. Die christelijke organisaties vonden weliswaar dat minderheden recht hadden op geestelijke begeleiding, maar stonden nog altijd ambivalent tegenover homoseksualiteit. Binnen de stichting gold daarom lange tijd de ongeschreven regel dat er geen lhbt+-medewerkers werden aangenomen, omdat zij te emotioneel betrokken zouden zijn. Een opvallende dubbele standaard.

Begin jaren zeventig besloot het progressieve kabinet-Den Uyl het terughoudende en zogenaamd ‘neutrale’ bestuur van de stichting te vervangen. Voor Stienstra was dat hét moment om bij de organisatie aan te kloppen. In haar sollicitatiebrief schreef ze openhartig: ‘Zeker heeft ook meegespeeld dat ik zelf homofiel ben en een zekere affiniteit voel met de problematiek waar uw stichting zich mee bezighoudt.’

Buddyproject

Riek wist al snel een grote hoeveelheid kennis en kunde naar de stichting toe te trekken. Ook bouwde ze een groot netwerk op. Het bleek hard nodig toen begin jaren tachtig de ziekte aids als een roofdier door de homogemeenschap trok. Er heerste veel angst en paniek. Riek liet zich er niet uit het veld slaan: ‘Het was een verschrikkelijk grote uitdaging. We wisten niet hoe we het op moesten lossen, maar ik dacht: “Laten we het creatief benaderen.” ‘En [vanuit die periode’] zijn ook heel veel vernieuwingen in de zorg voortgekomen,’ memoreerde ze later in een interview.

Riek speelde zelf een belangrijke rol in die vernieuwing. In 1985 introduceerde ze het zogenoemde buddysysteem, een aanpak die ze eerder al in San Francisco in de praktijk had gezien. Het systeem lijkt op wat we nu mantelzorg noemen, maar de ondersteuning kwam niet alleen van familieleden: ook vrijwilligers boden hulp, met vooral aandacht voor sociale en emotionele steun. Veel aidspatiënten hadden naast medische zorg namelijk grote behoefte aan psychosociale begeleiding. De Schorerstichting liep daarin voorop. Riek herinnerde zich hoe groepjes mannen bijeenkwamen om de eerste patiënten op te vangen. Ook raakte het haar hoe aids daarbij traditionele rolpatronen doorbrak: ‘Ik ben gefascineerd dat zoveel mannen tot het bittere einde moederen met aidspatiënten.’

De methode bleek effectief. Stienstra werd in 1986 directeur van de stichting en stortte zich met hart en ziel op het buddyproject. Ze wist overal geld vandaan te krijgen en wist de weg naar het ministerie van Volksgezondheid goed te vinden. Haar pragmatische instelling kon overigens niet altijd iedereen bekoren, maar uiteindelijk zou ze als boegbeeld van de Schorerstichting voor velen uitgroeien tot ‘us mem’ (onze moeder). Onder haar leiding telde de organisatie in 1991 maar liefst 35 medewerkers en 150 vrijwilligers. De buddyzorg zou jarenlang de voornaamste focus blijven, totdat er vanaf 1996 minder behoefte aan begon te ontstaan toen hiv behandeld kon worden met de combinatietherapie.

Organisatorische duizendpoot

Riek was een organisatorische duizendpoot. Ze was betrokken bij talloze initiatieven, van Mama Cash tot het tijdschrift Diva en theatergroep Panter. In 1987 richtte ze binnen de Schorerstichting bovendien een boekenfonds op, dat belangrijke publicaties voor de lhbt+-gemeenschap uitbracht, waaronder de biografie van Jacob Schorer.

Vanaf 1998 richtte Riek zich op de emancipatie van roze ouderen. Vier jaar later ging ze met pensioen en keerde ze terug naar Friesland. Bij haar afscheid werd ze vanwege haar verdiensten benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In een van haar laatste interviews keek ze kritisch naar de toekomst: ‘Volgens mij is er geen goede balans in hoe de homobeweging omgaat met andere minderheden. Of dat nu gaat om Marokkaanse jongens en meisjes of gehandicapten. Die slag hebben ze nog niet gemaakt.’ In 2007 overleed ze onverwachts aan de gevolgen van darmkanker.

De Schorerstichting ging vijf jaar na haar dood failliet, doordat er vanuit de gemeente andere keuzes gemaakt werden bij de subsidieverdeling. Riek zal herinnerd blijven als de drijvende kracht achter het grote consultatiebureau maar vooral ook als invoerder van het buddysysteem, dat voor zoveel aidspatiënten van onschatbare waarde was tijdens het dieptepunt van de aidscrisis. In 2012 maakten enkele voormalige medewerkers van de Schorerstichting een doorstart met Stichting Roze Buddyzorg, waardoor het buddysysteem in Amsterdam in ieder geval nog altijd voortleeft.

Literatuur en bronnen

‘Riek Stienstra (1942-2007)’, Minus Altenburg, Stienstra.net, 6 april 2008.

Riek Stienstra,’ Patrieck de Haan. With Pride – IHLIA LGBTI Heritage.

Een portret van Riek Stienstra,’ Hansje Galesloot. Schorer.nl, 2002: p. 14-19.

‘Stichting Roze Buddyzorg Amsterdam opgericht coc.nl, 15 maart 2012.

Portret Riek Stienstra,’ Omrop Fryslan, 22 november 2007.

Secret Link