Skip to content
54

Willem Arondéus

hij/hem

1894 – 1943

Kunstenaar Willem Arondéus en muzikante Frieda Belinfante waren onderdeel van de verzetsgroep die in 1943, tijdens de Tweede Wereldoorlog, de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister beraamde en pleegde. Hiermee hinderden zij de opsporingspraktijken van de nazi’s.

Lees meer
42453 klein
ANWD00676000009 1 Archief van de politie Stadsarchief Amsterdam

Fotocredits

“Willem Arondéus”
Jaartal: ca. 1920-1925
Collectie: Spaarnestad, Nationaal Archief
Fotograaf: Onbekend

“Interieur van het gemeentelijk Bevolkingsregister, Plantage Kerklaan 36-38, na de brandaanslag in de avond van 27 maart 1943”
Jaartal: 1943
Collectie: Archief van de Gemeentepolitie, Stadsarchief, Amsterdam
Fotograaf: Onbekend

“Foto gemaakt in opdracht van de SD van personen die betrokken waren bij de aanslag op het Bevolkingsregister: Rudolf Bloemgarten”
Jaartal: 1943
Collectie: Archief van de politie, Stadsarchief, Amsterdam
Fotograaf: Onbekend

Biografie

Auteur: Jasmijn de Zeeuw

Willem ‘Tiky’ Arondeús groeide in het hart van Amsterdam op in een groot gezin, tussen de kleurrijke toneelkostuums die zijn ouders in hun winkel verhuurden. Zijn ouders waren als middenstanders vooral bezig met geld, een moeizame combinatie met zijn eigen, dromerige karakter en verbeeldingskracht. Dankzij zijn tekentalent kon hij aan het uitgestippelde pad van het familiebedrijf ontsnappen en beginnen aan een opleiding tot decoratief schilder.

Tiky  was zich al jong bewust van zijn homoseksuele gevoelens en kwam daar, tegen de mores van zijn tijd in, al vroeg voor uit. Zijn vader zette hem het huis uit, zijn moeder bleef hem stiekem steunen met geld en eten. Ergens in deze periode raakt hij in de ban van zijn beroemde lotgenoot Oscar Wilde, die een decennium daarvoor in ballingschap was overleden. Zijn tekeningen, geïnspireerd op Wilde’s werk, maakten indruk op de bekende kunstenaar Richard Roland Holst, die zich opwierp als mentor.

‘Verzwegen tederheid’

Tiky ontwikkelde zich tot een veelzijdig kunstenaar, maar uit zijn dagboeken spreekt een voortdurende worsteling (‘de dagen gaan zonder waarde, door niets bestuurd dan de zorg om geld en plezier.’) Begin jaren twintig besloot hij na omzwervingen in Blaricum en Parijs te verhuizen naar Urk. Hij voelde zich thuis op het eiland en had er relaties met verschillende vissers, waaronder een verhouding die elf jaar zou duren. Op Urk schreef Arondéus in een gedicht over zijn ‘verzwegen tederheid’:

Te dwalen, en nooit het waarheen te weten,
Een dolen doelloos zonder end,
Een droomen van de monden nooit bezeten,
En nooit gekend;

Na zijn terugkeer in Amsterdam volgde, naast vele broodklussen, een aantal grote opdrachten. In Haarlem ontwerpt hij vier grote wandkleden voor de Statenzaal, die daar tot de dag van vandaag hangen. Maar het succes nam de twijfels over zijn kunstenaarschap niet weg, noch deden de avonden op de Zeedijk zijn eenzaamheid afnemen. Na een conflict met Roland Holst neemt hij in 1932 een rigoureus besluit: hij stopt met de beeldende kunst, en wordt schrijver. Na twee romans werkt hij in 1939 aan zijn best gewaardeerde boek, een biografie van de schilder Matthijs Maris. Een dromer, net als hij. In het voorwoord lijkt hij de aanstaande wenteling in zijn leven haast aan te zien komen: “Het lijkt maar zo in het kleine alledag, of de dromers voor het leven vluchten, geen moed tot daden hebben, geen wil tot overwinnen, het lijkt maar zo.”

De Brandarisbrief

Al in januari 1940 schreef Tiky aan een vriendin dat hij niet bang was voor een oorlog. En toen de bezetting eenmaal een feit was, leek het na alle zelftwijfel en zwaarmoedigheid alsof de nieuwe realiteit hem een soort anker gaf, iets om zich zonder aarzeling tegen te verzetten. In het voorjaar van 1941 verspreidde hij de eerste ‘Brandarisbrief’ waarin hij zijn medekunstenaars oproept om in verzet te komen tegen de steeds agressievere maatregelen van de Duitse bezetter en om registratie bij de Kultuurkamer te weigeren. Hij schreef: “Er is geen compromis, geen halve waarheid, geen schuilevinkje meer mogelijk. Deze tijd is er te meedogeloos voor. Hij eischt van elke van onzer een voluit ja of neen, voor of tegen de nazi’s.”

Zijn verzet breidt zich al snel uit naar het vervalsen van persoonsbewijzen. Samen met andere leden uit het kunstenaarsverzet, zoals Gerrit van der Veen en Frieda Belinfante, voorziet hij mensen die gevaar lopen van nieuwe papieren. De dichter Martinus Nijhoff herinnerde zich na de oorlog hoe je Willem ‘dag in, dag uit’ met een aktetas en een trommeltje met inktkussen voor het maken van vingerafdrukken door Amsterdam kon zien lopen. Maar in het voorjaar van 1943 nam de vraag naar valse persoonsbewijzen dusdanig toe, dat de nauwgezette administratie van het Bevolkingsregister steeds gevaarlijker werd voor de verzetsgroep.

‘Zulk een dood overtreft het leven’

Onder Tiky’s leiding ondernam het kunstenaarsverzet actie. Op 27 maart 1943 pleegde de groep een aanslag op het Bevolkingsregister in Amsterdam. De aanslag lukt, maar de verzetsgroep wordt in de dagen erna verraden. Willem wordt als eerste opgepakt. Drie maanden na zijn arrestatie houden de Duitsers een showproces, waarin hij met twintig anderen terechtstaat. Er moet een voorbeeld gesteld worden. Willem houdt tijdens de zitting vol dat hij de leiding had en als enige schuld moet krijgen voor de aanslag. Het is tevergeefs. Samen met elf anderen wordt hij ter dood veroordeeld.

Advocaat Lau Mazirel bezoekt hem in zijn laatste dagen. Na de oorlog zei ze daarover: ‘nog eens liet hij ons beloven na de oorlog aan de mensen te vertellen dat homo’s niet minder moedig hoefden te zijn dan andere mensen’. Het zal postuum een van zijn bekendste uitspraken worden. Op 30 juni 1943 schrijft hij: ‘Er is alleen maar de verwondering omdat het zo licht is om in liefde van het leven te scheiden, zo blij is om wat je achterlaat zonder bitterheid te kunnen gedenken. Ik heb veel verbittering gekend, maar dat alles is voorbij.’ De volgende dag, vroeg in de ochtend, worden hij en zijn medegevangenen naar de duinen van Overveen gereden. Geboeid, zonder blinddoek, worden ze daar geëxecuteerd en in het zand begraven. Na de oorlog krijgt hij alsnog een waardig graf, met op de steen de tekst: ´Zulk een dood overtreft het leven´.

Homoseksuele verzetshelden

Pas vanaf de jaren´80 kwam er dankzij een documentaire en nieuwe publicaties meer aandacht voor het verzet van Willem Arondéus. Ondanks zijn prominente rol in de aanslag, werd hem pas in 1984 het Verzetsherdenkingskruis toegekend. De toegenomen aandacht voor de rol van homoseksuele verzetslieden leidt sindsdien tot meer erkenning voor zijn moed. Zo leeft hij niet alleen voort door zijn kunst, maar ook door de jaarlijkse herdenkingen. Zo werd er de afgelopen jaren in de Balie schuimtaart gegeten op 4 mei ter nagedachtenis aan zijn laatste wens in de gevangenis, wordt er elk jaar een Willem Arondéuslezing uitgesproken en ging vorig jaar de musical ´Willem en Frieda’ in première. Een terecht eerbetoon, en herinnering aan zijn woorden uit 1939: “Het lijkt maar zo in het kleine alledag, of de dromers voor het leven vluchten”.

Literatuur en bronnen

Willem Arondéus. Zulk een dood overtreft het leven,’ Toni Boumans. Ons Amsterdam, 2018.

Willem Arondéus,’ Patrieck de Haan. With Pride – IHLIA LGBTI Heritage.

Homoseksualiteit in bezet Nederland, Pieter Koenders. Universiteit van Amsterdam, 1983.

Willem Arondéus schuimtaart,’ De Balie, 2025.

Een droomen van de monden nooit bezeten’ Homo-erotische verzen van Willem Arondéus,’ Marco Entrop. De Parelduiker, 2001.

Secret Link