Dirkje Kuik
zij/haar1929 – 2008
Transgenderpionier, schrijfster en kunstenares Dirkje Kuik is een belangrijke historische figuur voor de stad Utrecht. Zij zorgde er in 1985 voor dat het wettelijke recht op geslachts- en naamsverandering werd geconsolideerd.

= 768) $dispatch('lightbox-open', { src: 'https://walkofpride.amsterdam/wp-content/uploads/2025/11/kuik-potspel-67545acbe50a0.webp', alt: 'kuik potspel 67545acbe50a0' })" />
= 768) $dispatch('lightbox-open', { src: 'https://walkofpride.amsterdam/wp-content/uploads/2025/11/1388262174-519-kuik-14.jpg', alt: '1388262174 519 kuik 14' })" />Fotocredits
“Portret van beeldend kunstenares en schrijfster Dirkje Kuik, 1995”
Jaartal: 1995
Collectie: Stichting Stedelijke Fotografie Utrecht (SFU), Het Utrechts Archief
Fotograaf: Daria Scagliola
Boekomslag “De Held van het Potspel”
Jaartal: 1987 (eerste druk 1974)
Collectie: IHLIA LGBTI Heritage
Litho “Post Witte Vrouwen 9”
Jaartal: 1972
Collectie: Grafiek & Curiosa Oom Willem
Vervaardiger: William D. Kuik
Transgenderpionier, schrijfster en kunstenares Dirkje Kuik is een belangrijke historische figuur voor de stad Utrecht. Zij zorgde er in 1985 voor dat het wettelijke recht op geslachts- en naamsverandering werd geconsolideerd.
Biografie
Auteur: Maurice van Lieshout
Dirkje Kuik is niet alleen een van de belangrijkste Utrechtse kunstenaars uit de 20e eeuw, maar ook de bekendste transvrouw. ‘Ik heb nooit besloten vrouw te worden. Dat had ik vanaf het begin moeten zijn’, luidde een van haar kenmerkende uitspraken.
Sleepjurken en satijnen schoentjes
Dirkje, in 1929 geboren als William Diederich Kuik, kent bijzondere kinderjaren. ‘Ik liep in huis rond in sleepjurken, op satijnen schoentjes en met weelderige pruiken op m’n kop. Er werd nooit gezegd: dat mag niet, dat hoort niet’, vertelt ze in 1978 in een interview met Bibeb. Het gezin Kuik heeft het niet breed, maar er heerst een open, bijna bohemienachtige sfeer. Kuiks vader is houtbewerker en ornamentenmaker en midden jaren dertig strijkt hij met vrouw en kind neer aan de Oude Kamp 1. Decennia later zou het bescheiden huis Dirkjes eigen woning en atelier worden.
Op de lagere school wordt – toen nog – William geconfronteerd met een heel andere mentaliteit dan er thuis heerst. Mede-leerlingen reageren met spotten, schelden en vechten op het jongetje dat graag meisjeskleren draagt en daarom worden die al snel verruild voor jongenskleren.
Kunstenaar en schrijfster
Dirkje Kuik studeert beeldende kunst aan de Rijksacademie te Amsterdam, werkt als kunstrecensent bij Het Parool en tekent voor het weekblad Vrij Nederland. Samen met Joop Moesman en Henc van Maarseveen richt ze het grafisch gezelschap De Luis op. Van 1958 tot 1972 is ze, met enige jaren onderbreking, lid van het Utrechtse genootschap Kunstliefde.
Dirkje Kuik is gefascineerd door het verleden en door stedelijk verval. Verschillende Italiaanse steden, maar ook Utrecht inspireren haar tot het maken van tekeningen en etsen waarin gebouwen al de ruïne blootgeven die erin verborgen ligt. In 1968 verschijnt haar eerste boek Utrechtse Notities, gevolgd door zo’n twintig andere titels. Haar oeuvre bestaat uit een unieke mengeling van gedichten, autobiografische schetsen, verhalen, essays en tekeningen. Haar illustraties tonen echte en fantasiedieren en mensfiguren vaak voorzien van hoeden uit de Italiaanse Renaissance of het Napoleontische Frankrijk. Haar werk wordt meerdere malen bekroond.
Genderdiaspora
Dirkje, toen nog William, trouwt in 1958 met Marieke van Vuren, die haar de vrijheid geeft om thuis vrouwenkleding te dragen. Halverwege de jaren zestig gaan Dirkje en Marieke uit elkaar. Vanaf 1977 draagt Dirkje alleen nog vrouwenkleren en laat zich bij haar nieuwe naam noemen. Dat was de situatie die ze een jaar later aan Bibeb beschrijft: ‘Ik hoor niet tot de mensen die er kapot aan gaan, maar ik blijf een verklede vent en dat zit me dwars. Ik kan niet als vanzelfsprekend in mijn denimrok de straat op om even de stoep te vegen. Het wordt wel steeds beter, hoor, maar dat hangt van mezelf af. Je moet het wel allemaal zelf opbrengen.’
Op het moment dat Dirkje Kuik door Bibeb geïnterviewd wordt, is ze al begonnen met hormoontherapie. Daarover zegt ze in een eerder gefilmd interview: ‘Vanaf het moment dat ik met die hormonen begon, knapte ik op, ook fysiek. Ik zag er prachtig uit in ieder geval heel redelijk en het werd fijn, ik groeide uit. Het is gewoon een tweede puberteit geweest, maar dan een gunstige.’
In 1979 besluit Dirkje Kuik om een ‘genderbevestigende’ operatie te ondergaan waarvoor ze uitwijkt naar Londen. Over die operatie en haar nieuwe leven als vrouw schrijft ze vervolgens een uitvoerig artikel in NRC Handelsblad (1980). In Huishoudboekje met rozijnen (1984) beschrijft ze hoe een arts haar een ‘neovagina’ schonk, gemaakt van ‘penile resten’. Dirkje noemde zichzelf liever niet transseksueel (de gebruikelijk term in die tijd) maar ‘genderdiasporapatiënt’.
Een nieuw leven
Na haar transitie voelt Dirkje zich herboren. Ze verliest weliswaar vrienden die haar transitie niet accepteren maar maakt ook nieuwe vrienden, zoals de metselaar Jo Nijenhuis met wie ze tot zijn dood (2001) vijftien jaar lang een gelukkige verhouding heeft. Dat sommige kunstliefhebbers haar werk terugbrachten naar de galerie waar ze het aangeschaft hadden, liet haar koud. Net als andere transgender personen kon Kuik pas na een lange juridische strijd haar geslacht laten veranderen in haar geboorteakte en andere officiële documenten. Het is mede aan haar activisme te danken dat er uiteindelijk in 1985 een wet kwam die officiële geslachtsverandering mogelijk maakte.
Dirkje gold als ‘een vrouw met een gebruiksaanwijzing’: eigenzinnig, scherp van tong, iemand met wie je snel ruzie kreeg. De laatste dertig jaar van haar leven woont ze weer in het huis van haar jeugd aan de Oude Kamp 1. Door ziekte trekt ze zich steeds meer terug totdat Jos te Water Mulder zich over haar ontfermt, een expositie organiseert en haar tot nieuw werk inspireert. Na haar dood richt hij de Stichting Dirkje Kuik op en stelt haar huis open als museum. Dat moest in 2012 bij gebrek aan financiën de deuren sluiten. Alleen een gedicht en een tekening op de pui aan de overkant en een tegel met qr-code op de hoek van de straat herinneren aan de markante bewoner van het pand.
Bron van inspiratie
Dirkje Kuik en haar werk inspireren nog steeds. De Duitse queer kunstenaar Philipp Gufler maakte in 2020 voor het Centraal Museum in Utrecht een groot gezeefdrukt doek over het leven van Kuik.
In december 2024 vond in de Domstad een meerdaags programma plaats met lezingen, een expositie en de onthulling van de ‘attentietegel’ met qr-code. Sinds 2023 organiseert het Utrecht Queer Culture Festival de jaarlijkse Dirkje Kuik-lezing.
deze tekst verscheen eerder in iets andere vorm op www.queerustories.nl
Literatuur en bronnen
‘1929-2008 Dirkje Kuik.’ Queer-U-Stories.
‘Dirkje Kuik,’ Erika Visser. Literatuurmuseum.
‘Dirkje Kuik,’ Lespakket Transgender pioniers. IHLIA LGBTI Heritage.
Een huishoudboekje met rozijnen. Dirkje Kuik, 1981.